Mar Vandaag

Wij zijn ook Nederland!

Mar Vandaag

Wij zijn ook Nederland!

Arbeidsmigratie: geen links complot, maar een keuze van werkgevers en rechtse kabinetten

Wie op sociale media een discussie over migratie volgt, komt vroeg of laat dezelfde bewering tegen: “Links heeft de arbeidsmigratie naar Nederland gehaald.” Vaak wordt daarbij verwezen naar de komst van gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig. Het klinkt simpel, maar de werkelijkheid is een stuk ingewikkelder. En vooral: historisch klopt het niet.

Nederland had werknemers nodig

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de Nederlandse economie razendsnel. Fabrieken draaiden op volle toeren, de havens breidden uit, de industrie groeide en er was werk in overvloed. Dat klinkt als een luxeprobleem, maar werkgevers liepen tegen een groot obstakel aan: er waren simpelweg niet genoeg werknemers. De werkloosheid was laag en veel Nederlanders konden kiezen uit verschillende banen. Vooral zwaar, vuil en relatief slecht betaald werk bleef liggen, onder meer in de metaalindustrie, de mijnbouw, de scheepsbouw, de textielindustrie en delen van de landbouw.

Werkgevers begonnen daarom bij de overheid aan te dringen op maatregelen. Niet omdat zij een ideologisch project wilden uitvoeren, maar omdat zij hun productie op peil wilden houden. De Nederlandse economie had arbeidskrachten nodig, en de binnenlandse arbeidsmarkt kon die vraag niet voldoende opvangen.

De vraag kwam vooral van werkgevers

De eerste grote pleitbezorgers van arbeidsmigratie waren niet linkse activisten of progressieve partijen, maar werkgeversorganisaties, industriëlen en bedrijven die met personeelstekorten kampten. Zij zochten werknemers in landen waar de werkloosheid hoog was en waar veel mensen bereid waren om tijdelijk naar Nederland te komen om hier geld te verdienen. Zo kwamen eerst arbeidskrachten uit onder meer Italië en Spanje. Later volgden werknemers uit Turkije en Marokko.

De gedachte was destijds eenvoudig: mensen zouden enkele jaren in Nederland werken, geld verdienen en daarna terugkeren naar hun land van herkomst. Daarom sprak men over “gastarbeiders”. Ze werden gezien als tijdelijke arbeidskrachten, niet als toekomstige Nederlanders. Dat beeld bleek achteraf te simpel, maar het was wel het uitgangspunt waarmee overheid en werkgevers destijds werkten.

Wie zaten er werkelijk aan de knoppen?

Een ongemakkelijk feit voor iedereen die de schuld graag uitsluitend bij “links” legt: Nederland werd in die periode vooral bestuurd door centrum- en centrumrechtse kabinetten. De grote politieke spelers waren partijen als de KVP, ARP, CHU en later het CDA, de voorlopers van het huidige christendemocratische blok. Ook de VVD maakte regelmatig deel uit van regeringen. Het waren deze kabinetten die de wervingsafspraken maakten met landen als Turkije en Marokko.

Dat gebeurde niet vanuit een ideaal van een multiculturele samenleving, maar vanuit economische noodzaak. Nederland wilde groeien, bedrijven wilden produceren en werkgevers wilden personeel. De politiek faciliteerde dat. Wie daar nu met terugwerkende kracht een links project van maakt, vervangt geschiedenis door gemakzucht.

Waarom deden Nederlanders dat werk niet gewoon zelf?

Een vaak gehoorde tegenwerping is dat Nederlanders dat werk dan maar zelf hadden moeten doen. Dat klinkt logisch, maar ook toen al bleek de werkelijkheid weerbarstig. Werkgevers probeerden Nederlandse werknemers te vinden, maar veel mensen kozen liever voor beter betaald, veiliger of aantrekkelijker werk wanneer zij die mogelijkheid hadden. Vooral zwaar en monotoon werk, vaak tegen lage lonen en in moeilijke omstandigheden, was minder populair.

Dat mechanisme bestaat vandaag nog steeds. Nederland kent nog altijd sectoren die structureel afhankelijk zijn van arbeidsmigranten, zoals de tuinbouw, logistiek, voedselverwerking, distributiecentra, slachterijen en delen van de schoonmaak. Wie roept dat alle arbeidsmigranten morgen kunnen verdwijnen, moet ook uitleggen wie dat werk dan gaat doen, onder welke arbeidsvoorwaarden en tegen welke prijs. Die vraag blijft in veel stoere praat meestal onbeantwoord.

Geen geheim plan, maar een verkeerde inschatting

Een andere populaire theorie is dat er ooit een bewust plan zou zijn geweest om Nederland te veranderen of de Nederlandse bevolking te vervangen. Voor zulke beweringen bestaat geen historisch bewijs. De beleidsstukken, debatten en afspraken uit die tijd laten een veel nuchterder beeld zien: politici, werkgevers en ambtenaren probeerden een acuut personeelstekort op te lossen.

Sterker nog: veel beleidsmakers gingen er juist vanuit dat de meeste gastarbeiders uiteindelijk zouden terugkeren. Toen de economie veranderde, de oliecrisis toesloeg en de werving officieel werd stopgezet, waren veel mensen hier inmiddels geworteld. Sommigen hadden jarenlang in Nederland gewerkt, bouwden hier een bestaan op en lieten via gezinshereniging hun familie overkomen. Daardoor werd iets wat als tijdelijk was bedoeld, voor een deel permanent. Dat was geen geheim plan, maar eerder een onderschatting van wat migratie in het echte leven betekent.

Achteraf is makkelijk praten

Met de kennis van nu kun je natuurlijk discussiëren over de vraag of bepaalde keuzes verstandig waren. Je kunt vinden dat Nederland eerder had moeten investeren in betere arbeidsvoorwaarden, automatisering of scholing. Je kunt vinden dat werkgevers te makkelijk goedkope arbeidskrachten van buiten haalden in plaats van lonen te verhogen. Je kunt ook vinden dat de overheid de gevolgen van gezinshereniging en langdurige vestiging onvoldoende heeft voorzien.

Dat zijn legitieme discussies. Maar dat is iets anders dan de geschiedenis herschrijven. Wie kritiek wil leveren op arbeidsmigratie, kan dat doen zonder te doen alsof het allemaal door “links” is bedacht. De werkelijkheid is minder geschikt voor slogans, maar wel eerlijker: arbeidsmigratie kwam voort uit economische keuzes, werkgeversbelangen en regeringsbeleid.

Ook vandaag is arbeidsmigratie geen simpel verhaal

Ook nu is arbeidsmigratie geen kwestie van links of rechts. De Nederlandse economie draait nog altijd op mensen van buiten Nederland. In distributiecentra, kassen, magazijnen, vleesverwerking, schoonmaak, horeca, techniek, zorg en bouw wordt dagelijks werk gedaan door mensen die hier niet geboren zijn. Zonder hen zouden prijzen stijgen, productie dalen en zouden sommige sectoren simpelweg vastlopen.

Dat betekent niet dat alles goed gaat. Er zijn terechte zorgen over uitbuiting, slechte huisvesting, verdringing, druk op wijken en afhankelijkheid van goedkope arbeid. Maar ook hier geldt: wie alleen naar migranten wijst, kijkt bewust de andere kant op. Het zijn werkgevers, uitzendbureaus, huisjesmelkers en politieke keuzes die bepalen onder welke omstandigheden mensen hier werken en wonen.

De werkelijkheid is minder spectaculair

De geschiedenis van arbeidsmigratie is uiteindelijk veel minder spannend dan sommige complottheorieën suggereren. Er was geen links meesterplan. Er was geen geheime agenda om Nederland te veranderen. Er waren vooral werkgevers die personeel nodig hadden, kabinetten die de economie draaiende wilden houden en een samenleving die ervan uitging dat veel arbeidsmigranten uiteindelijk weer zouden vertrekken.

Dat laatste bleek slechts ten dele waar. Wie eerlijk naar de geschiedenis kijkt, hoeft niet alles goed te vinden wat er is gebeurd. Maar eerlijkheid betekent ook erkennen dat arbeidsmigratie niet het resultaat was van een links complot. Het was vooral het gevolg van economische keuzes die werden gemaakt door werkgevers, gesteund door de regeringen van dat moment. En die regeringen waren bepaald niet links.

Schuiven naar boven