Verbod op voorrang voor statushouders lost woningnood niet op, zeggen uitvoerders
Er zijn mensen die een einde willen maken aan de voorrang die statushouders in sommige gemeenten krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Volgens hen moet daarmee de druk op de woningmarkt afnemen. Maar uitvoerende organisaties, gemeenten en verschillende adviesorganen waarschuwen al veel langer dat deze maatregel het woningtekort niet oplost en mogelijk juist nieuwe problemen veroorzaakt.
Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en dus rechtmatig in Nederland mogen blijven. Omdat zij vaak geen woning, netwerk of opgebouwde wachttijd hebben, kunnen gemeenten hen onder bepaalde voorwaarden voorrang geven bij de toewijzing van een sociale huurwoning.
Volgens VluchtelingenWerk Nederland zorgt het schrappen van deze mogelijkheid ervoor dat statushouders langer in asielzoekerscentra blijven wonen. Daardoor komt er minder ruimte vrij voor nieuwe asielzoekers, terwijl de opvangcapaciteit nu al zo onder druk staat. Ook het COA heeft eerder zorgen geuit over extra druk op de opvang als de doorstroming stokt.
Daarnaast wijzen gemeenten erop dat zij wettelijk verplicht zijn om statushouders te huisvesten. Wanneer de mogelijkheid tot voorrang verdwijnt, wordt het volgens veel gemeenten veel moeilijker om aan die taakstelling te voldoen. In een onderzoek van Pointer vorig jaar noemden gemeenten het voorgestelde verbod daarom “onwerkbaar” en waarschuwden zij voor meer noodopvang, tijdelijke huisvesting en zelfs dakloosheid.
Ook juridisch ligt het voorstel gevoelig. De Afdeling advisering van de Raad van State concludeerde dat statushouders een aantoonbaar ongunstige uitgangspositie hebben op de woningmarkt. Het volledig verbieden van voorrang kan daardoor leiden tot ongelijke behandeling, omdat gemeenten geen mogelijkheid meer hebben om die achterstand te compenseren. De Raad van State adviseerde het kabinet vorig jaar nog daarom een wetsvoorstel niet in deze vorm in te dienen.
Het College voor de Rechten van de Mens kwam eerder tot een vergelijkbare conclusie. Volgens het college raakt het voorstel aan fundamentele rechten, waaronder het recht op huisvesting en gezinsleven, en biedt het geen oplossing voor het woningtekort zelf.
Voorstanders van het verbod wijzen erop dat veel Nederlandse woningzoekenden jarenlang op een sociale huurwoning moeten wachten. Tegenstanders erkennen dat probleem, maar stellen dat het woningtekort vooral wordt veroorzaakt door een gebrek aan woningen. Volgens hen verandert het schrappen van voorrang niets aan het aantal beschikbare huizen.
VluchtelingenWerk pleit daarom voor het versneld bouwen van woningen, het splitsen van bestaande woningen en het plaatsen van flexwoningen. Volgens de organisatie profiteren niet alleen statushouders daarvan, maar alle woningzoekenden die op een betaalbare woning wachten.
Kort samengevat: critici van eerder omschreven maatregel stellen dat het verbod op voorrang de woningnood niet vermindert, terwijl het wel kan leiden tot langere verblijven in opvanglocaties, extra druk op gemeenten en nieuwe juridische problemen.
