Gegoochel met CBS-cijfers: hoe criminaliteit in het asieldebat soms groter of kleiner wordt gemaakt dan ze is
Wie online discussies over asielzoekers volgt, komt vroeg of laat statistieken tegen. Grafieken, percentages, screenshots van CBS-tabellen en stellige uitspraken als: “Asielzoekers zijn veel crimineler dan Nederlanders” of juist: “Asielzoekers zijn helemaal niet crimineler dan anderen.” Vaak worden daarbij cijfers gebruikt die op zichzelf niet onjuist zijn. Het probleem zit meestal ergens anders: in de manier waarop die cijfers worden gepresenteerd, welke groepen wel of niet worden meegerekend en welke namen eraan worden gegeven.
Asielzoeker, statushouder, migrant, buitenlander
Een van de grootste bronnen van verwarring is dat verschillende groepen voortdurend op één hoop worden gegooid. Een asielzoeker is iemand die een asielprocedure doorloopt. Een statushouder heeft inmiddels een verblijfsvergunning gekregen. Een arbeidsmigrant komt hier om te werken en een internationale student om te studeren. Een migrant is simpelweg iemand die zelf of van wie een ouder in het buitenland is geboren.
Wanneer iemand roept dat “migranten verantwoordelijk zijn voor zoveel procent van de criminaliteit”, kan dat dus over miljoenen zeer verschillende mensen gaan. Van een Duitse chirurg tot een Syrische vluchteling, van een Poolse bouwvakker tot een Belgische student. Dat onderscheid verdwijnt vaak volledig uit het debat.
De truc met percentages
Een veelgebruikte methode is het presenteren van percentages zonder de grootte van de groep erbij te noemen. Stel dat een groep uit honderd mensen bestaat en tien daarvan worden verdacht van een misdrijf. Dat is tien procent. Een andere groep bestaat uit tien miljoen mensen waarvan vijfhonderdduizend mensen worden verdacht. Dat is vijf procent.
Je kunt dan zeggen dat de eerste groep twee keer zo vaak voorkomt in de statistieken. Dat klopt mathematisch. Maar je kunt ook zeggen dat de tweede groep verantwoordelijk is voor veel meer verdachten in absolute aantallen. Ook dat klopt. Welke van de twee wordt benadrukt, bepaalt vaak welk verhaal iemand probeert te vertellen.
Verdacht is niet hetzelfde als veroordeeld
Nog een belangrijke valkuil: veel CBS-cijfers gaan over geregistreerde verdachten. Een verdachte is iemand die door politie of justitie wordt verdacht van een strafbaar feit. Dat betekent niet automatisch dat iemand schuldig is bevonden door een rechter.
Toch zie je regelmatig berichten verschijnen waarin “verdachten” ineens veranderen in “criminelen”. Dat lijkt een klein verschil, maar juridisch en statistisch is het een wereld van verschil. In een rechtsstaat geldt nog altijd dat iemand onschuldig is totdat schuld is bewezen.
De leeftijdstruc
Mannen tussen ongeveer vijftien en dertig jaar zijn in vrijwel alle landen en bevolkingsgroepen vaker betrokken bij criminaliteit dan andere leeftijdsgroepen. Dat geldt voor Nederlanders, Duitsers, Syriërs en vrijwel iedere andere bevolkingsgroep.
Asielzoekers bestaan relatief vaak uit jonge mannen. Wanneer je die groep rechtstreeks vergelijkt met de totale Nederlandse bevolking, vergelijk je dus eigenlijk appels met peren. Dat is een beetje alsof je de gemiddelde snelheid van een amateurwielerploeg vergelijkt met die van alle Nederlanders, inclusief baby’s, ouderen en mensen die nooit fietsen. Een eerlijke vergelijking houdt rekening met leeftijd en geslacht.
De naam verandert, het cijfer blijft
Soms gebeurt er iets anders. Een statistiek gaat bijvoorbeeld over “niet-westerse migranten”. Op sociale media verandert dat vervolgens in “asielzoekers”. Daarna wordt het “vluchtelingen” en uiteindelijk blijft alleen nog “buitenlanders” over.
Het oorspronkelijke cijfer is dan niet veranderd, maar de betekenis wel. Het is vergelijkbaar met een onderzoek naar honden dat onderweg ineens wordt gepresenteerd als een onderzoek naar alle dieren. De conclusie wordt daardoor veel breder dan het onderzoek ooit rechtvaardigde.
Het omgekeerde gebeurt ook
Overigens gebeurt dit niet alleen aan één kant van het debat. Sommige mensen wijzen erop dat de overgrote meerderheid van de asielzoekers nooit met politie of justitie in aanraking komt. Dat is waar. Maar daaruit volgt niet automatisch dat er geen problemen bestaan binnen bepaalde groepen of op bepaalde locaties.
Ook dat zou een vorm van selectief gebruik van cijfers zijn. Wie een eerlijk beeld wil krijgen, moet bereid zijn zowel positieve als negatieve gegevens mee te nemen.
Wat zeggen de cijfers eigenlijk?
De meeste serieuze onderzoekers kijken niet naar één enkel percentage. Zij proberen factoren mee te wegen zoals leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, inkomenspositie, woonsituatie, verblijfsduur in Nederland, herkomstland en type delict. Pas dan ontstaat een beeld dat iets zegt over oorzaken en risico’s.
Dat beeld is meestal een stuk minder spectaculair dan de memes en Facebookplaatjes die dagelijks rondgaan. Maar het is wel dichter bij de werkelijkheid.
De belangrijkste vraag
Wanneer iemand een criminaliteitscijfer deelt, is de eerste vraag daarom niet of het cijfer klopt. De eerste vraag is: over wie gaat dit precies?
Pas daarna komen vragen als: gaat het om verdachten of veroordeelden, om percentages of aantallen, welke leeftijdsgroepen zijn vergeleken, over welk jaar gaat het en welke mensen vallen precies binnen deze categorie?
Wie die vragen stelt, ontdekt vaak dat een ogenschijnlijk schokkende statistiek veel minder eenvoudig is dan ze op het eerste gezicht lijkt. Cijfers liegen meestal niet, maar mensen kunnen er wel heel creatief mee omgaan. Dat is misschien wel het grootste probleem in het asieldebat.
