Remigratie: een vriendelijk woord voor een veel minder vriendelijk idee
Remigratie. Het klinkt bijna als een administratieve handeling. Je emigreert en daarna remigreer je weer. Maar het woord heeft de afgelopen jaren ook een politieke betekenis gekregen. Wie probeert uit te zoeken wat daarmee precies wordt bedoeld, komt al snel bij een veel ongemakkelijker vraag uit: wie moet er eigenlijk weg en wie bepaalt wie Nederlands genoeg is om te mogen blijven?
Wat is remigratie eigenlijk?
In de oorspronkelijke betekenis is er weinig spannends aan het woord. Het CBS omschrijft remigratie als het vertrek van iemand die zich eerder vanuit het buitenland in Nederland heeft gevestigd en vervolgens weer naar het buitenland vertrekt. Dat gebeurt voortdurend en om allerlei redenen. Een Pool die hier tien jaar heeft gewerkt en teruggaat naar Polen, een Amerikaan die na een paar jaar werken in Amsterdam terugkeert naar de Verenigde Staten of iemand die besluit zijn oude dag in zijn geboorteland door te brengen: allemaal vormen van remigratie. Daar is op zichzelf niets merkwaardigs aan.
Maar dat is niet altijd wat tegenwoordig wordt bedoeld wanneer het woord remigratie in politieke discussies valt. AIVD en NCTV waarschuwden op 22 september 2026 expliciet voor het gebruik van het begrip binnen rechts-extremistische kringen. Volgens de diensten proberen delen van de rechts-extremistische beweging hun gedachtegoed acceptabeler te maken door radicale ideeën in vriendelijker klinkende woorden te verpakken. Remigratie noemen zij daarbij expliciet als voorbeeld. Zij omschrijven de rechts-extremistische betekenis als het gedwongen vertrek van groepen mensen omdat die volgens rechts-extremisten niet in Nederland thuishoren.
Wie moet er dan weg?
Daar begint het probleem. Stel dat Nederland werkelijk een grootschalig remigratiebeleid zou willen voeren. Wie komt daarvoor dan in aanmerking? Een Syriër die vijf jaar geleden naar Nederland vluchtte? Een Turkse bakker die hier dertig jaar woont? Een Marokkaans-Nederlandse verpleegkundige? Haar in Rotterdam geboren kinderen? En hoe zit het met een Duitse immigrant, Amerikaanse expat of Japanse ingenieur?
Zolang remigratie betekent dat mensen vrijwillig naar een ander land verhuizen, hoeft niemand voor hen te bepalen waar zij thuishoren. Maar zodra mensen moeten vertrekken terwijl zij hier rechtmatig wonen en zelf helemaal niet weg willen, moet de overheid criteria gaan bedenken. Nationaliteit misschien? Geboorteland? Het geboorteland van je ouders of grootouders? Religie? Cultuur? Of de nogal moeilijk in wetgeving te vatten vraag of iemand voldoende “Nederlands” is?
Uitgeprocedeerde asielzoekers zijn iets anders
Een overheid mag regels stellen aan immigratie. Nederland mag bepalen onder welke voorwaarden iemand zich hier mag vestigen en iemand zonder verblijfsrecht kan uiteindelijk worden verplicht Nederland te verlaten. Politieke partijen mogen vanzelfsprekend ook pleiten voor strengere immigratieregels. Dat is echter iets anders dan mensen die hier rechtmatig wonen als groep aanwijzen als mensen die eigenlijk zouden moeten vertrekken. En wanneer het om Nederlandse staatsburgers gaat, gaat de discussie zelfs helemaal niet meer over immigratie. Dan gaat hij over de vraag welke Nederlanders als volwaardige Nederlanders worden beschouwd.
Precies daar ligt ook de waarschuwing van AIVD en NCTV. Het probleem is niet iedere discussie over migratie en evenmin iedere vrijwillige terugkeerregeling. Het probleem ontstaat wanneer mensen op grond van hun afkomst tot een groep worden gerekend waarvan wordt gezegd dat die hier eigenlijk niet thuishoort. De diensten waarschuwen dat dergelijke ideeën over ongelijkwaardigheid kunnen botsen met grondrechten zoals gelijke behandeling en het verbod op discriminatie en uiteindelijk de democratische rechtsorde kunnen ondermijnen.
Stel dat we het gewoon doen
Laten we de juridische en morele bezwaren even parkeren en het idee puur praktisch bekijken. Stel dat Nederland inderdaad honderdduizenden arbeidsmigranten en andere inwoners met een buitenlandse achtergrond zou laten vertrekken. Dan ontstaat onmiddellijk een ander probleem: wie gaat hun werk doen? Migranten zijn namelijk niet alleen mensen die een woning nodig hebben, naar de huisarts gaan of gebruikmaken van voorzieningen. Ze werken ook in de bouw, distributie, landbouw, horeca, schoonmaak, techniek, industrie en zorg. Daarnaast zijn er ondernemers en natuurlijk consumenten die geld uitgeven en belasting betalen.
Wie grote aantallen mensen uit een samenleving verwijdert, verwijdert dus niet alleen inwoners, maar ook werknemers, ondernemers, belastingbetalers en consumenten. Dat is geen argument voor onbeperkte immigratie. De omvang van migratie kan prima onderwerp zijn van politiek debat. Het betekent alleen dat het idee dat je een groot aantal mensen kunt laten verdwijnen waarna uitsluitend de voordelen overblijven economisch niet erg realistisch is.
In Amerika kunnen we alvast meekijken
De Verenigde Staten bieden momenteel een interessant praktijkvoorbeeld. De Amerikaanse regering heeft de immigratie sterk teruggedrongen en de uitzetting van mensen opgevoerd. Het Internationaal Monetair Fonds heeft berekend wat dergelijke veranderingen economisch kunnen betekenen. Minder immigratie en meer uitzettingen verkleinen het arbeidsaanbod. Dat kan de lonen van sommige lagerbetaalde werknemers enigszins verhogen, maar tegelijkertijd de economische groei afremmen en enige opwaartse druk op prijzen veroorzaken. Volgens het IMF kan het gewijzigde Amerikaanse immigratiebeleid ertoe leiden dat het Amerikaanse bruto binnenlands product in 2027 ongeveer 0,4 procent lager ligt dan zonder die veranderingen het geval zou zijn geweest.
Dat betekent niet dat de Amerikaanse economie instort en ook niet dat Nederland bij een restrictiever immigratiebeleid automatisch precies hetzelfde zou meemaken. Het laat wel iets zien wat in de politieke slogan gemakkelijk wordt vergeten: mensen verwijderen betekent ook arbeidskracht verwijderen. In de Verenigde Staten zijn de gevolgen daarvan onder meer relevant voor sectoren die sterk afhankelijk zijn van migrantenarbeid, zoals landbouw, horeca en bouw.
Daar zit bovendien een aardige paradox. Je kunt immigratie willen beperken omdat Nederland te weinig woningen heeft. Maar wanneer je tegelijkertijd een flink deel van de mensen laat vertrekken die woningen bouwen, kan het oplossen van de woningnood juist moeilijker worden.
“Dan doen Nederlanders dat werk toch?”
Dat kan gedeeltelijk gebeuren. Wanneer werkgevers minder gemakkelijk buitenlandse arbeidskrachten kunnen aantrekken, kunnen ze gedwongen worden hogere lonen te betalen, arbeidsvoorwaarden te verbeteren of meer te automatiseren. Dat kan positieve effecten hebben en hoort daarom ook bij een eerlijke discussie. Maar er moet vervolgens wel iemand beschikbaar zijn die het werk kan én wil doen. Zeker in een vergrijzende samenleving is arbeid geen onbeperkte voorraad. Je kunt morgen honderd buitenlandse verpleegkundigen laten vertrekken, maar je hebt overmorgen niet automatisch honderd nieuwe Nederlandse verpleegkundigen.
En daarmee komen we bij het grootste probleem van remigratie als politieke slogan. Het klinkt ontzettend eenvoudig. Woningnood? Remigratie. Problemen met integratie? Remigratie. Criminaliteit? Remigratie. Druk op voorzieningen? Remigratie. Maar zodra je probeert het woord om te zetten in werkelijk beleid, moet je ineens antwoord geven op heel andere vragen. Wie moet vertrekken? Op basis waarvan? Geldt het ook voor mensen met de Nederlandse nationaliteit? Geldt het voor hun kinderen? Wie bepaalt wanneer iemand voldoende geïntegreerd is? Wie neemt hun werk over? Wat kost de uitvoering? En als twee mensen allebei Nederlander zijn, waarom zou de afkomst van hun ouders of grootouders dan bepalen dat de één hier meer thuishoort dan de ander?
Vraag dus altijd: wie moet er weg?
Het woord remigratie hoeft op zichzelf helemaal niets sinister te betekenen. Mensen vertrekken iedere dag vrijwillig uit Nederland. Ook discussiëren over immigratiebeperking, terugkeer van mensen zonder verblijfsrecht of vrijwillige terugkeerregelingen is niet hetzelfde als pleiten voor het gedwongen vertrek van bevolkingsgroepen. Juist daarom moeten we precies zijn over wat iemand met het woord bedoelt.
Wanneer iemand remigratie als politieke oplossing aandraagt, hoef je daarom niet eens onmiddellijk een ingewikkelde discussie te beginnen. Een paar eenvoudige vragen zijn voldoende: Wie moet er precies weg? Waarom die persoon? En wat als die persoon gewoon Nederlander is? Want uiteindelijk gaat de politieke discussie over remigratie niet alleen over wie Nederland binnen mag komen. Ze kan ook gaan over een veel fundamentelere vraag: wie vinden we dat er nog bij Nederland mag horen?
