Waar kies je eigenlijk nog meer voor als je Forum voor Democratie stemt?

Een lagere energierekening, minder immigratie, geen gedwongen warmtepomp, lagere belastingen, geen stikstofbeleid of misschien gewoon eens flink tegen de gevestigde orde aanschoppen. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom iemand op Forum voor Democratie stemt. Maar bij verkiezingen kun je helaas niet één standpunt aanvinken. Wie op een partij stemt vanwege één onderwerp, geeft die partij ook een mandaat voor de rest van haar programma. Daarom is het interessant om eens niet alleen te kijken naar de paar onderwerpen waarmee FvD veel kiezers aanspreekt, maar vooral naar wat er verder in het verkiezingsprogramma staat. Sommige plannen gaan namelijk niet alleen over asielzoekers, klimaat of Europa, maar over de spelregels van onze democratische rechtsstaat. En die spelregels zijn er óók voor jou.

Democratie is meer dan de meerderheid die beslist

FvD presenteert zichzelf nadrukkelijk als een partij die de democratie wil versterken. De partij wil bijvoorbeeld bindende referenda en rechtstreeks gekozen burgemeesters en Commissarissen van de Koning. Dat zijn voorstellen waarover je uitstekend een democratische discussie kunt voeren. Maar een democratische rechtsstaat bestaat uit meer dan verkiezingen, referenda en meerderheidsbesluiten. Ook een democratisch gekozen regering mag niet zomaar alles doen wat een meerderheid wil. Daarom hebben we grondrechten, onafhankelijke rechters en regels waaraan ook de overheid zich moet houden. Die bescherming lijkt misschien vooral vervelend wanneer een rechter beleid tegenhoudt waar jij vóór bent. Maar dezelfde bescherming kan ineens buitengewoon belangrijk worden wanneer de overheid iets doet waar jijzelf het slachtoffer van bent. De spelregels van een rechtsstaat zijn er dus niet alleen om anderen tegen de overheid te beschermen. Ze beschermen jou net zo goed.

Uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

FvD wil dat Nederland het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) opzegt. Ook wil de partij onder meer het VN-Vluchtelingenverdrag opzeggen. Vooral dat EVRM klinkt misschien als iets abstracts uit Straatsburg dat voornamelijk wordt gebruikt door asielzoekers die niet uitgezet willen worden, maar het verdrag gaat over veel meer. Het beschermt onder andere het recht op leven, het verbod op marteling, het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op een eerlijk proces, privacy en gezinsleven, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering en bescherming tegen discriminatie.

De interessante vraag is daarom niet alleen of je vindt dat het EVRM bepaalde maatregelen van de Nederlandse regering te moeilijk maakt. De vraag is ook of je die bescherming zelf zou willen hebben wanneer de overheid ooit jóúw rechten schendt. Misschien word je ooit onterecht vervolgd, wordt jouw demonstratie verboden, grijpt de overheid onterecht in je privéleven in of wordt jouw vrijheid van meningsuiting beperkt. Mensenrechten zijn geen cadeautje voor mensen die je aardig vindt. Het zijn beperkingen aan de macht van de overheid die in beginsel voor iedereen gelden. Wie zulke beperkingen wil verminderen omdat ze vandaag bepaald beleid in de weg zitten, moet zich daarom ook afvragen wat er gebeurt wanneer morgen een heel andere regering aan de macht komt.

Minder mogelijkheden voor rechters om de overheid terug te fluiten

Daar blijft het niet bij. FvD wil ook de artikelen 93 en 94 van de Grondwet schrappen en het Nederlandse stelsel zo veranderen dat bepalingen uit internationale verdragen niet langer op dezelfde manier rechtstreeks kunnen doorwerken in de Nederlandse rechtsorde. Ook wil de partij toetsing door rechters aan verdragen onmogelijk maken. FvD gebruikt voor de huidige situatie regelmatig het woord ‘dikastocratie’: volgens de partij hebben rechters te veel politieke macht gekregen. Over de verhouding tussen rechter en politiek kun je vanzelfsprekend discussiëren. Rechters zijn niet boven kritiek verheven en de vraag waar rechtspraak eindigt en politiek begint is een legitieme staatsrechtelijke discussie.

Maar ook hier is het verstandig om het perspectief eens om te draaien. Een rechter die de overheid begrenst kan vervelend zijn wanneer hij beleid tegenhoudt dat jij graag uitgevoerd ziet. Diezelfde onafhankelijke rechter kan buitengewoon prettig zijn wanneer jij degene bent die tegenover de overheid staat. De toeslagenaffaire heeft tamelijk pijnlijk laten zien wat er kan gebeuren wanneer burgers worden vermalen door regels en een machtige overheid en onvoldoende rechtsbescherming krijgen. De vraag is daarom niet alleen waarom rechters de politiek zouden mogen tegenhouden. De minstens zo belangrijke vraag is: wie houdt de politiek tegen wanneer míjn rechten worden geschonden?

De meerderheid kan zich ook vergissen

FvD wil daarnaast bindende referenda invoeren. Daarmee krijgen burgers rechtstreeks meer invloed op politieke besluiten en dat kun je juist als een versterking van de democratie beschouwen. Maar ook directe democratie roept een belangrijke principiële vraag op: mag een meerderheid werkelijk alles beslissen? Stel dat 60 procent van Nederland morgen vindt dat een bepaalde impopulaire minderheid niet meer mag demonstreren, dat een bepaalde godsdienst beperkt moet worden of dat een bepaalde politieke overtuiging verboden moet worden. Wordt zo’n besluit rechtvaardig uitsluitend doordat een meerderheid ervoor heeft gestemd?

Een democratische rechtsstaat zegt daarom niet alleen dat de meerderheid regeert, maar óók dat de meerderheid niet onbeperkt regeert. Ook minderheden behouden fundamentele rechten. Dat is een principe waarvan je het belang gemakkelijk onderschat zolang je zelf tot de meerderheid behoort. Maar meerderheden veranderen. Politieke verhoudingen veranderen. Maatschappelijke opvattingen veranderen. Vandaag wordt misschien een groep beperkt waar je zelf weinig mee hebt; morgen kan een meerderheid besluiten dat jouw opvattingen, levenswijze of organisatie ongewenst zijn. Juist daarom horen grondrechten niet bij iedere verkiezingsuitslag opnieuw ter stemming te staan.

Ook in het onderwijs wil FvD verbieden

In het onderwijsprogramma staan voorstellen die verder gaan dan terug naar rekenen, taal en orde in de klas. FvD wil onder andere LGBT+-campagnes door de overheid beëindigen, een wettelijk verbod op wat de partij ‘transgender-propaganda’ op scholen en jeugdtelevisie noemt, deelname van kinderen aan Pride-evenementen en dragshows verbieden en ‘activistische vlaggen’ bij overheid en onderwijs verbieden. Je kunt het inhoudelijk volledig oneens zijn met Pride, genderbeleid of bepaalde vormen van seksuele voorlichting. Maar ook hier is er een vraag die verder gaat dan het onderwerp zelf: wie bepaalt welke ideeën voortaan ‘propaganda’ of ‘activistisch’ zijn?

Misschien ben je blij wanneer een regering iets verbiedt waar jij een hekel aan hebt. Maar het wettelijke instrument waarmee dat gebeurt verdwijnt niet automatisch wanneer er een andere regering komt. Een overheid die de bevoegdheid krijgt om ongewenste ideeën uit scholen te weren, kan onder een volgende politieke meerderheid heel andere ideeën ongewenst verklaren. Dat is precies waarom vrijheid van meningsuiting en vrijheid van onderwijs niet alleen interessant zijn wanneer mensen dingen zeggen waarmee jij het eens bent. Vrijheid wordt pas werkelijk getest wanneer iemand iets verkondigt waarvan jij gruwelt.

Wat gebeurt er met de media?

FvD vindt de publieke media te veel verweven met de gevestigde politiek en spreekt over eenzijdigheid. De partij wil daarom een grondige hervorming van het publieke medialandschap. Kritiek op de NPO is uiteraard volkomen legitiem. Je kunt vinden dat de publieke omroep te groot, te duur, te links, te rechts of onvoldoende pluriform is. Maar juist wanneer politici vinden dat journalisten hen onrechtvaardig behandelen, is voorzichtigheid geboden met politieke invloed op diezelfde media. Een vrije samenleving heeft journalistiek nodig die politici kan controleren, ook wanneer die politici zelf vinden dat die journalistiek bevooroordeeld is.

Daarom is de relevante vraag niet alleen of je tevreden bent met de huidige NPO. De interessantere vraag is hoeveel invloed je wilt dat politici hebben op een medialandschap dat juist die politici kritisch moet kunnen volgen. Stel daarbij opnieuw de omgekeerde vraag: zou je dezelfde bevoegdheden waarmee jouw favoriete partij de publieke omroep wil hervormen ook zonder problemen aan een regering geven die politiek precies het tegenovergestelde vindt van wat jij vindt? Als het antwoord daarop ineens minder enthousiast wordt, begrijp je precies waarom dergelijke instituties zoveel mogelijk op afstand van de dagelijkse politieke macht worden gehouden.

En dan is er nog de Nexit

Wie FvD stemt vanwege immigratie, klimaat of belastingen, stemt ook op een partij die Nederland uit de Europese Unie wil halen. Niet uitsluitend als drukmiddel om hervormingen in Brussel af te dwingen: FvD streeft daadwerkelijk naar Nederlandse uittreding uit de EU en wil vervolgens aansluiting zoeken bij de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA). Ook wil de partij uiteindelijk weer een eigen nationale munt. Dat is een fundamentele verandering van de Nederlandse positie in Europa die gevolgen kan hebben voor handel, regelgeving, vrij verkeer, Nederlandse bedrijven, Nederlanders die in andere EU-landen wonen en werken en uiteindelijk ook voor ons monetaire stelsel.

Je kunt uiteraard vinden dat de voordelen van nationale soevereiniteit tegen die mogelijke nadelen opwegen. Maar dan moet dat wel een bewuste keuze zijn. Wie FvD stemt omdat hij bijvoorbeeld tegen windmolens, het stikstofbeleid of de huidige immigratiepolitiek is, geeft de partij tegelijkertijd een mandaat voor een veel omvangrijkere verandering van de Nederlandse positie in Europa. Ook dat zit in hetzelfde pakket.

FvD wil op andere terreinen juist méér individuele vrijheid

Voor een eerlijk beeld hoort ook dit erbij. FvD wil privacy beter beschermen, verzet zich tegen digitale surveillance, wil contant geld beschermen, bepleit een digitaal briefgeheim en een anti-censuurwet en zegt nadrukkelijk de vrijheid van meningsuiting te willen versterken. Het zou daarom te gemakkelijk zijn om het volledige programma neer te zetten alsof ieder voorstel van FvD erop gericht is burgerrechten af te breken.

Juist de combinatie maakt het interessant. Aan de ene kant wil FvD individuele vrijheid en directe democratische invloed vergroten. Aan de andere kant wil de partij instituties, verdragen en juridische mogelijkheden veranderen of afschaffen die burgers bescherming bieden tegen besluiten van de overheid of van een politieke meerderheid. Daar zit op zijn minst een spanning die een kiezer zou moeten kennen voordat hij zijn stem uitbrengt.

Zorgen over de rechtsstaat zijn niet uit de lucht gegrepen

In 2025 liet de Nederlandse Orde van Advocaten de verkiezingsprogramma’s door een onafhankelijke commissie van juristen onderzoeken. Die commissie gaf nadrukkelijk geen stemadvies, maar toetste voorstellen aan rechtsstatelijke minimumnormen. Daarbij werden ook verschillende voorstellen uit het FvD-programma aangemerkt als strijdig met of risicovol voor de rechtsstaat. De commissie keek daarbij onder andere naar grondrechten, gelijke behandeling, toegang tot de rechter en bescherming tegen overheidsmacht.

Dat betekent niet dat iemand daarom niet op FvD mag stemmen. Integendeel: het recht om een partij te kiezen die ingrijpende veranderingen van ons staatsbestel voorstaat, hoort óók bij een democratie. Maar democratie werkt beter wanneer mensen weten waarvoor ze kiezen. En daarvoor is meer nodig dan weten wat een partij over asiel, benzineprijzen of windmolens zegt.

Een stem is geen bestelling à la carte

En dat geldt natuurlijk niet alleen voor Forum voor Democratie. Wie PRO stemt vanwege klimaatbeleid, stemt ook voor de rest van het programma. Wie VVD stemt vanwege ondernemersbeleid doet hetzelfde. En wie FvD stemt omdat hij minder asielzoekers wil, stemt niet uitsluitend over asielzoekers. Een stem is geen bestelling à la carte. Je kiest een compleet pakket, inclusief onderdelen waarmee je misschien nauwelijks bekend bent.

Daarom zou het helemaal geen slechte gewoonte zijn om vóór iedere verkiezing bij die ene aantrekkelijke verkiezingsbelofte waardoor een partij je aanspreekt nog één andere vraag te stellen: waar geef ik deze partij nog méér toestemming voor? En wanneer een partij voorstellen doet die raken aan rechters, grondrechten, internationale mensenrechtenverdragen, media of andere mechanismen die politieke macht begrenzen, hoort daar nog een tweede vraag bij: vind ik deze verandering nog steeds zo’n goed idee wanneer straks niet mijn favoriete partij, maar mijn grootste politieke tegenstander van die nieuwe macht gebruik kan maken?

Want uiteindelijk is dat misschien wel de beste test voor regels binnen een democratische rechtsstaat. Niet of je ze prettig vindt wanneer jouw partij regeert, maar of je er nog steeds vertrouwen in hebt wanneer iemand regeert die alles waar jij voor staat verafschuwt. De bescherming die vandaag vooral bedoeld lijkt voor iemand anders, zou morgen zomaar de bescherming kunnen zijn die je zelf nodig hebt.

Schuiven naar boven